10 oktober 2004

 

Karpervissen: zorg goed voor onze vriend!

 

Ik kan het me allemaal nog goed herinneren. 5 December, Sinterklaasavond, het zal zo’n beetje in 1972 zijn geweest. Het laatste pakje was voor mij, en er bleek een rijmpje in te zitten. De precieze tekst weet ik uiteraard niet meer, maar het kwam er op neer dat mijn kado in de WC te vinden was. En daar stond hij: een knalgele volglas werphengel (als ik het me goed herinner uit de Hema), compleet met molentje en accessoires, zoals een stuk rubber in de vorm van werplood, wat je kon gebruiken om te leren werpen, enkele spinners en natuurlijk de oude vertrouwde rood/witte buldo, voor vele doeleinden toepasbaar (ik heb er trouwens nog steeds een). Nadat deze hengel versleten was volgde er nog een oude zeehengel van mijn vader, een lange telescoophengel van een buurman verderop, en uiteindelijk een gewoon lichtgroen telescoophengeltje van het Waterloo-plein, zoals je ze tegenwoordig nog steeds kan kopen. Jarenlang plezier van gehad, maar vervolgens kwam er een brommer, en was het met het vissen gedaan. Jaren later kreeg ik een vriendin (waarmee ik nu al vele jaren getrouwd ben), en zij had een opa die graag een hengeltje uitgooide. Nadat ik een keertje met hem was meegegaan kwam de oude liefde weer bovendrijven en werd er een compleet nieuwe hengeluitrusting aangeschaft.

 

Er was echter ook nog een oom die veel op karper viste, en na een gezamenlijk uitje met hem was ik verkocht. Er kwamen karperhengels plus de nodige accessoires, er werden visbladen aangeschaft, alle beschikbare lectuur werd uitgeplozen en ik werd een vaste klant aan de Amsterdamse Bosbaan. Een paar jaar later verhuisden we naar Almere, en omdat ik de Bosbaan inmiddels toch wel een beetje zat was zocht ik mijn heil in de Flevolandse polder, op zoek naar de karper van het open water. Alleen als het daar een tijdje niet lukte ging ik nog wel eens naar de Bosbaan (daar ving ik bijna altijd), en als mijn ego dan voldoende was  opgekrikt kon ik de polder weer aan. 

 

Inmiddels heeft de polder voor mij bijna geen geheimen meer. Nog steeds heb ik goeie en minder goeie periodes, maar dat hoort er naar mijn idee gewoon bij. Mijn aanpak is door de jaren heen wel grondig veranderd. Ik heb zo ongeveer alle verschillende onderlijnconstructies geprobeerd, maar uiteindelijk vis ik nu weer met een standaard rig, die ik overigens wel zelf maak zodat ik makkelijk kan variëren in onderlijn- en hairlengtes, maar ook met verschillende haken en de verschillende soorten onderlijn. Boilies heb ik jarenlang zelf gefabriceerd, voornamelijk met producten die je gewoon in de supermarkt koopt. Zo bleef de kostprijs laag, en omdat ik vaak enkele dagen van tevoren voerde was dat wel nodig. Tegenwoordig vis ik gewoon instant met ready-mades, en als ik eerlijk ben merk ik weinig verschil. Ik gebruik wel een zelfgebouwd radiografisch voerbootje om mooi compact bij te voeren met pellets en boilies. Vervolgens gaan er dan nog wat boilies los omheen. Over het algemeen werkt dit prima.

 

Het enige wat ik niet zelf in de hand heb is de windrichting, en ik ben ervan overtuigd dat dit toch wel een belangrijke factor is. Ik bedoel dan niet of de wind uit het noorden of het zuiden komt, maar of de wind op de stek staat, of juist er vanaf waait. In mijn logboek noteer ik de windrichting in cijfers, met als basis de wijzerplaat van mijn horloge. Komt de wind recht op me af, dan noteer ik een 12. Waait hij in de rug, dan wordt het een 6. Komt hij van rechts, dan wordt het een 3. Komt hij van links, dan wordt het een 9. Gebleken is dat op een kanaal waar ik tegen de overkant vis de windrichtingen 3 tot en met 9 gunstig zijn, de overige waren over het algemeen slecht. Vissen onder de eigen kant zou dan een optie zijn, maar door het vele riet is dat vaak niet mogelijk.

 

Verder houdt ik de watertemperatuur altijd bij, en volgens mij begint de vis pas te azen als in het voorjaar de watertemperatuur boven de 10’c komt. Het blijft natuurlijk een persoonlijke mening, maar met een lagere watertemperatuur zie je mij niet aan de waterkant. Wat ik wel belangrijk vind is het welzijn van mijn goede vriend karper. Ik heb daarom enige jaren geleden een grote dikke onthaakmat gekocht, bewaarzakken gebruik ik absoluut niet, en wat ik nog graag wil vermelden is dat ik sinds enkele jaren vis zonder weerhaak. Nou weet ik dat men hier over het algemeen erg huiverig voor is, maar ik kan je verzekeren dat het als je het op de juiste manier doet prima gaat. Om te beginnen blijft er op de plaats waar de weerhaak zat een verdikking op de haak zitten, waardoor de haak niet al te gemakkelijk uit de bek valt. Als je er nu voor zorgt dat je de lijn goed onder spanning houdt, en voorkomt dat je teveel forceert, dan zal je zien dat je echt geen vis verspeeld. Natuurlijk schiet er wel eens eentje af, maar dat gebeurt met de weerhaak eraan ook. Het grote voordeel is het onthaken. Je haalt de haak er met een simpele beweging uit, en op deze manier houdt de vis er alleen een klein piercing gaatje aan over. Bij lijnbreuk raakt de vis de haak en alles wat daar tegenwoordig nog meer aan vast zit gemakkelijk kwijt, iets wat natuurlijk een prettig neveneffect is. ’s Nacht zit de weerhaak er bij mij nog wel aan, omdat het meestal even duurt voordat ik vanaf de stretcher vanuit de tent bij de hengel ben. De kans dat in de tussentijd de lijn slap valt en de haak losschiet is dan te groot, vandaar.

 

Uiteraard moet je zelf maar zien wat je doet, maar als je nou in zo’n lekkere periode zit waarbij je elke sessie wel een paar karpers vangt, probeer het dan eens een keertje, desnoods eerst met 1 hengel. Wat kan je gebeuren? Misschien zit je dan straks net als ik met 2 hengels zonder weerhaak onze gezamenlijke vriend achter de schubben. Mijn zoon gaat ook regelmatig met me mee, en hij weet niet beter. Bovendien kan hij gewoon zelf zijn vis onthaken, en heeft hij geen hulp van zijn vader nodig. Hij is dertien, en je weet hoe dat gaat met die beginnende pubers. Ze willen het allemaal zelf doen, want dat is cool!

 

Vis ik nu altijd zonder weerhaak? Om eerlijk te zijn: nee! Zoals ik al eerder schreef zit de weerhaak er ’s nachts gewoon aan, en als ik meedoe aan een wedstrijd zit hij er ook nog aan. Het gaat dan ergens om, en ik wil dan geen enkel risico lopen. Ik weet het, het klinkt een beetje tegenstrijdig met het voorgaande, maar al met al ben ik toch verder dan al die andere karpervissers die altijd met de weerhaak eraan vissen. Wedstrijden waarbij de weerhaak verboden is juich ik toe (allemaal gelijke kansen), maar ik denk dat we daar nog niet aan toe zijn. Dit soort zaken moet je niet verplichtten, maar je moet hopen op sportvissers die het aandurven om het te proberen, en vervolgens collega-vissers aansporen het ook eens te proberen. Wij Nederlanders kunnen nou eenmaal slecht tegen dwang.

 

Ook de commercie en de hengelsportbladen zouden er wat meer op kunnen inspringen, maar blijkbaar zijn die er nog niet aan toe. Maar misschien na het lezen van dit stukje ……….…. Tot slot de bewaarzak. Ik kan het wel begrijpen dat iemand die ’s nachts een gigantische karper vangt hem een paar uurtjes in een bewaarzak stopt om bij daglicht een foto te maken. Op zich heb ik daar geen problemen mee (hoewel ik er zelf nooit een zal gebruiken), maar neem in ieder geval een zak die ruim genoeg is, zorg ervoor dat de vis vrij hangt van stenen en andere obstakels, en dat dit verblijf zo kort mogelijk is. Of neem gewoon een foto in het donker, ik heb genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat dit wel degelijk goed gaat. Wedstrijden waarbij de gevangen karpers uren in een bewaarzak moeten worden gedaan totdat de organisator ’s morgens besluit uit zijn eigen bewaarzak te stappen om te gaan meten en wegen mijd ik, en zouden als ik het voor het zeggen had direct verboden worden. Een echte karperwedstrijd wordt georganiseerd door echte sportvissers, en die zorgen ervoor dat er gedurende de hele wedstrijd (dus ook ’s nachts) iemand beschikbaar is om de gevangen vis zo snel mogelijk te meten en te wegen, om vervolgens de vis weer onbeschadigd in zijn element terug te zetten! Waarvan akte.

 

Jos Holla.