|
BCWA: beheren van
viswater.
Alle hengelaars bewonderen hun vangsten boven
water omdat dit voor hen de enige mogelijkheid is (of ze moeten onder
water duiken). Hoe groter de vis, hoe groter de bewondering zal zijn
over de omvang, de gaafheid, de harmonische schoonheid en niet te
vergeten de kracht, snelheid en het uithoudingsvermogen van de vis.
Toch zal de ene vis sneller groeien en sterker zijn dan de andere, wat
veroorzaakt wordt door verschillende factoren. Natuurlijk is de
erfelijke aanleg heel belangrijk om een vis groot en gezond op te laten
groeien, waarbij ik dan moet zeggen dat een grote vis altijd teruggezet
moet worden omdat deze de erfelijke aanleg bezit en deze door kan geven
aan haar nakomelingen.
Het volgende punt is dat het voedselaanbod wat
gevarieerd en in voldoende mate aanwezig moet zijn om de groei van de
vis te waarborgen en hem overlevingskansen bieden kan. Ook kunnen we
niet om het feit heen dat een water aan een bepaald leefmilieu moet
voldoen. Hiermee ik bedoel dat de diepte, de helderheid, de zuurgraad,
het zuurstofgehalte en de leefomgeving ( planten ) aan bepaalde minima's
moet voldoen.
Om zo'n type water te creëren en of te behouden moet er een beheer
gevoerd worden wat meestal door vrijwilligers wordt gedaan. Zo'n groep
mensen doet veel achtergrond werk door monstername , inventarisatie en
projecten om te weten te komen wat de mogelijkheden zijn om het water te
verbeteren.
Helaas moet het uitvoerende werk meestal worden betaald door de
verhuurder van het viswater: rijk of particulier. Door geldgebrek
ontstaan er vaak onmogelijke situaties zoals dichtgroeien, ondiepten en
onbereikbare oevers. Door overdadige plantengroei en ondiepten ontstaat
er een sterke zuurstof schommeling tussen dag en nacht , waarbij er in
één nacht door zuurstoftekort een heel visbestand uitgeroeid kan
worden.
De vis in slecht onderhouden water leeft dus op het randje van zijn
bestaan, wat het zuurstofgehalte betreft, zeker in het najaar. Komt er
daardoor een massale vissterfte voor, dan mag de beheersgroep de troep
opruimen terwijl ze weten dat het te voorkomen is.
Een basis voor een goed beheer kan alleen bereikt worden door een goede
samenwerking van de verschillende partijen die verantwoordelijk zijn,
waarbij ook het beheer mogelijk moet zijn. Ik bedoel hiermee dat van een
plantenrijk ondiep water gemakkelijk een diep brasemrijk water te maken
is terwijl er van een diep, brasemrijk water, moeilijk een ondiep
plantenrijk water te maken valt.
Voor alles geldt altijd dat we zuinig op ons water moeten zijn zodat er
cursussen gegeven moeten worden om de vissers en vissertjes de omgang
met de vis en hun omgeving bij te brengen. Een preventief beheer is
altijd beter dan een gigantische ingreep, dus maaien en baggeren op
tijd, stropen tegengaan en voorlichting geven zijn een pre.
Verder zijn alle informatiebronnen welkom , dus ook vangst gegevens
waarbij u de precieze locatie weg kunt laten. Ik begrijp ook niet dat er
zo weinig wordt gebeld of geschreven naar de beheersgroepen over
bepaalde problemen die vissers tegenkomen op en langs het water want het
is in hun eigen belang. Persoonlijk ben ik er op tegen om rigoureus op
te treden in een water door grootschalige afvissing of uitzetting want
heel vak loopt dit uit op een fiasco waarbij een hoop moeite en geld
verloren gaan.
Ik denk dat het beter is om een leefmilieu voor de soort die men hebben
wil, optimaal te maken zodat de overlevingskans van die soort zich
vanzelf zal verbeteren. We moeten we nooit naar één specifieke soort
willen optimaliseren , want er zijn meer soorten die zich happy voelen
in hetzelfde leefmilieu.
Door onderzoek te doen naar de beestjes in het water krijgen we al een
beeld van de kwaliteit van het water en door naar de planten te kijken
kunnen we een beeld vormen van de bodemsoort en kwaliteit. Door
zuurstofmeting, zichtdiepte en temperatuurmeting te doen kunnen we het
verloop over een jaar zien en er conclusies uit trekken , evalueren en
veranderen waar nodig. Door op een grote kale plas een plantenrijk
gebied te maken op meerdere plaatsen, bieden we de vis een schuilplaats,
wat op den duur een hogere opbrengst zal geven dan een uitzetting. Net
zoals het plaatsen van takkenbossen en het graven van diepere putten
gunstig zal zijn voor bijvoorbeeld de baars en snoekbaars.
Ik hoop dat er meer vissers in het vervolg aan de bel gaan hangen als ze
constateren dat hun vangsten terug lopen, of als ze zien dat de zaak
dichtgroeit. Bovendien is het van het grootste belang om onder andere vuilstortingen en stroperij
aan te melden bij de
vereniging en de politie.
Met zijn allen kunnen we veel bereiken, zodat niet alleen onze kinderen,
maar ook hun
kinderen, nog lekker kunnen vissen en kunnen genieten van een mooie
omgeving.
|