Met enige regelmaat ontvangen wij berichten van leden die hun afschuw uitspreken over de aanwezigheid van de vele aalscholvers in de Almeerse sierwateren. Een aanzienlijke aanslag op het visbestand en aangezien de aalscholver een beschermde diersoort is kunnen wij daar weinig aan veranderen. Daarnaast is het veel interessanter om eens te kijken waar dit ‘probleem’ nou eigenlijk vandaan komt. Eigenlijk is het antwoord zoals zo vaak heel simpel: ieder dier moet eten, óók de aalscholver. De kolonies liggen voornamelijk op het Markermeer en daar ‘harken’ ze normaliter hun maaltijd bij elkaar. Nou is het geen geheim meer dat door overbevissing de visstand op het Markermeer enorm is afgenomen en dat het dus volstrekt logisch is dat deze vogels hun maaltijd elders gaan zoeken. Dat brengt ze over de dijk (helaas óók over de onze), met alle gevolgen van dien.

De bron van de problemen ligt dan ook bij de beroepsvisserij, zolang die geen halt wordt toegeroepen zal het probleem alleen maar verergeren, net zolang tot hier ook niets meer te halen valt. Daarna zal de natuur zijn werk doen: de aalscholverpolulatie verhongert en wordt geminimaliseerd, de visstand zich zal vervolgens herstellen (mits de beroepsvisserij dit ‘toelaat’) waarna ook de aalscholverpolulatie weer zal toenemen. Uiteraard gaan hier tientallen jaren overheen.

Op het Gooimeer worden de gevolgen van overbevissing ook steeds tastbaarder. Vis die in het najaar via de sluizen de polder uittrekt richting de paaigronden wordt massaal weggevangen en zien we dus nooit meer terug, hoe snel dat kan gaan hebben we de afgelopen maanden gezien: 50 ton (50.000 kilo) brasem weggevangen. Er zijn meerdere redenen voor de teruglopende visstand maar laten we de directe gevolgen van de beroepsvisserij vooral niet uitvlakken. Dat het verdwijnen van de brasem bovendien ook direct doorwerkt op het helderder worden van het water en de daarmee gepaard gaande toename van waterplanten is voor velen inmiddels ook geen verrassing meer.

Dit alles moet voor de sportvisserij (sportvissers, HSV’en en Federatie) toch reden genoeg zijn om de handen ineen te slaan en samen te proberen om de beroepsvisserij, hoewel het eigenlijk al veel te laat is, de komende jaren een halt toe te roepen danwel drastisch af te bouwen. Het lijkt ons dan logisch dat degene die, weliswaar door de overheid verplicht, de vergunningen voor de beroepsvisserij op de Randmeren afgeeft, de federatie MidWest Nederland in ons geval, hierin het voortouw neemt en alle zeilen bijzet om de jaarlijkse quota voor de beroepsvisserij omlaag te brengen. Wij hebben MidWest daarom verzocht hier met HSV’en eens een avondje over te brainstormen, we wachten de reactie van MidWest af. Wordt vervolgt ………..

.

.