| Blauwalg. Blauwalg is in de zomer van 2006 een veelbesproken onderwerp geweest door de aanwezigheid in Almere Haven. Maar wat is blauwalg nou eigenlijk?
Blauwalgen (of blauwwieren) zijn bacteriën en geen algen. Ze zetten met behulp van zonlicht kooldioxide om in biomassa en zuurstof. Hun cellen zijn eenvoudiger opgebouwd dan die van algen, en ze hebben meestal een groene kleur. Sommige soorten zijn roodbruin. De wetenschappelijke naam is cyanobacteriën, die is afgeleid van het blauwkleurige pigment 'phycocyanine'. In de volksmond wordt nog steeds gesproken over blauwalgen of blauwwieren. In deze tekst gebruiken we de naam blauwalgen. Er zijn algen die al met het blote oog zichtbaar zijn, maar ook microscopisch kleine organismen. Eencellige organismen of kolonie- en draadvormende soorten, kunnen zweven of ergens op vastzitten.
|
![]() |
![]() |
Er zijn verschillende soorten
gifstoffen bekend. In Nederland wordt voornamelijk het zogeheten
microcystine gevonden. Wat betreft giftigheid zijn deze stoffen
vergelijkbaar met het gif van een cobra. De gifstoffen worden
niet actief uitgescheiden. Zij komen vrij door lekkende cellen
of als de blauwalgen afsterven. De cellen breken dan open. De
gifstoffen worden opgenomen zonder dat zij de cel verlaten door
het inslikken van water of het eten van fytoplankton.
Zoogdieren kunnen door het drinken van oppervlaktewater worden
vergiftigd. Er zijn gevallen van vergiftiging van rundvee en
honden bekend. Ook kan het gif sterfte veroorzaken, bijvoorbeeld
bij watervlooien en mosselen. Ook kunnen vissen die plankton
eten het gif binnen krijgen. Het kan zich ophopen met mogelijk
gevolg van leverschade en sterfte. Vogels kunnen door
opslobberen van algen en door het eten van vis en
driehoeksmosselen ook gifstoffen binnenkrijgen. Ze kunnen als ze
teveel gif binnenkrijgen ook doodgaan.
Zwemmers kunnen door het inslikken
van water, of via de huid of ogen in contact komen met water. Er
kunnen tijdelijke huiduitslag en maag/darmproblemen optreden.
Kleine kinderen zijn kwetsbaarder omdat zij vaak meer water
binnen krijgen dan volwassenen en eerder ziek worden door hun
lage lichaamsgewicht.
Maatregelen.
Maatregelen die de uitstoot van voedingstoffen beperken hebben invloed op blauwalgen. Er is al veel gedaan aan het fosfaat- en mestbeleid in Nederland. Tegengaan van het voedselrijker worden van plassen kan bijvoorbeeld door:
- saneren van riool overstorten;
- zuivering van het water dat men moet inlaten;
- terugdringen van diffuse lozingen vanuit de landbouw en recreatievaart;
- het watersysteem isoleren van de omgeving;
- baggeren om de interne fosfaatbelasting te verminderen;
- fosfaat in de bodem binden om de nalevering van fosfaat uit de bodem te verminderen.
Aanvullende maatregelen kunnen zijn visstandbeheer, baggeren, doorspoelen, etc. Waterbeheerders kunnen de watertemperatuur, het doorzicht, de voedingsstoffen, chlorofyl-a, soortsamenstelling, fytoplankton, microcystines meten om indicaties voor cyanotoxines te voorspellen. Ze moeten streven naar een gezond watersysteem met weinig voedingstoffen, helder water en een evenwichtige samenstelling van de algenpopulatie.
Blauwalgen zijn moeilijk helemaal weg te halen uit het oppervlaktewater. Zij horen er gewoon thuis. Voor waterbeheerders bestaat er een protocol, waarin staat hoe men het voorkomen van blauwalgen in recreatiewateren om moet gaan.
Het melden van blauwalg:
- U kunt blauwalg melden bij het waterschap Zuiderzeeland: 0320 - 269600 en na kantoortijden 0320 - 274911
- Voor meldingen buitendijks (Randmeren / Markermeer / IJmeer)dient men te bellen met Rijkswaterstaat: 0320 - 297493 of bij de
centrale meldpost 0320 - 261111
Voor een goed overzicht moeten (calamiteiten) meldingen centraal verzameld en geregistreerd worden bij de provinciale klachtentelefoon: 0320 - 265400. De provinciale klachtentelefoon is 7 dagen per week 24 uur per dag bereikbaar. Buiten kantooruren kan de melding worden ingesproken op het antwoordapparaat.
Bron: Waterschap Vallei & Eem: http://www.wve.nl/